Je pensioen in Nederland: drie pijlers
Het Nederlandse pensioen rust op drie pijlers. De AOW is het basispensioen van de overheid; je bouwt het op door in Nederland te wonen of te werken, en je krijgt het vanaf je AOW-leeftijd. Die is 67 jaar in 2026 en 2027 en schuift daarna mee met de levensverwachting. Daarnaast bouwen de meeste werknemers pensioen via hun werkgever op, in een pensioenfonds of bij een verzekeraar. De derde pijler is wat je zelf opzij zet: lijfrentesparen, banksparen of beleggen. Deze rekenhulp gaat over die derde pijler.
Hoeveel AOW en werkgeverspensioen je kunt verwachten, zie je op mijnpensioenoverzicht.nl. Zet dat naast de uitkomst hier om te zien of je een pensioengat hebt.
Zo gebruik je de rekenhulp
- Leeftijd en pensioenleeftijd – de rekenhulp rekent met de jaren daartussen. Vul voor de pensioenleeftijd bijvoorbeeld je verwachte AOW-leeftijd in, of eerder als je eerder wilt stoppen.
- Huidig pensioenvermogen – wat je nu al hebt op een lijfrente- of beleggingsrekening voor later.
- Inleg per maand – je vaste maandbedrag, en optioneel hoeveel procent je het elk jaar verhoogt.
- Rendement en inflatie – het rendement bepaalt de groei, de inflatie rekent het eindbedrag terug naar de koopkracht van nu.
Voorbeeld
Je bent 35, hebt € 20.000 opzij gezet en legt elke maand € 300 in, die je elk jaar met 2% verhoogt. Bij 5% rendement per jaar heb je op je 67e ongeveer € 448.798. Bij 2% inflatie is dat in koopkracht van nu zo'n € 238.147. Volgens de 4%-regel kun je daar in het eerste jaar ongeveer € 9.526 uit halen, ruim € 794 per maand in euro's van nu, bovenop je AOW en werkgeverspensioen.
Vroeg beginnen maakt het verschil
€ 300 per maand tegen 5% tot je 67e, zonder verhoging:
| Beginleeftijd | Jaren | Zelf ingelegd | Vermogen op 67 |
|---|---|---|---|
| 25 | 42 | € 151.200 | € 497.893 |
| 35 | 32 | € 115.200 | € 277.233 |
| 45 | 22 | € 79.200 | € 141.767 |
| 55 | 12 | € 43.200 | € 58.603 |
Wie op zijn 25e begint, legt minder dan twee keer zoveel in als iemand die op zijn 45e start, maar eindigt met veel meer dan het dubbele. Dat is het effect van rente-op-rente over een lange periode.
Lijfrente, banksparen en de 4%-regel
- Lijfrente en jaarruimte: heb je een pensioentekort, dan mag je binnen je jaarruimte inleggen op een lijfrenterekening of -beleggingsrekening en die inleg aftrekken van je inkomen. Het geld zit dan vast tot je pensioen en wordt bij uitkering belast. Je jaarruimte reken je uit met de rekenhulp van de Belastingdienst.
- Vrij vermogen: sparen of beleggen zonder lijfrenteconstructie is flexibeler, maar valt in box 3.
- De 4%-regel komt uit Amerikaans onderzoek naar hoeveel je jaarlijks kunt opnemen zonder dat je vermogen te snel opraakt. Het is een vuistregel en geen garantie; lagere rendementen, hogere kosten of een lang leven kunnen een lager percentage nodig maken.
- Kosten: een paar tienden procent aan beheerkosten per jaar lijkt weinig, maar scheelt over 30 jaar duizenden euro's. Vergelijk de totale kosten van fondsen en beleggingsapps.
Let op: de uitkomsten zijn schattingen ter oriëntatie en geen financieel of fiscaal advies. Bindend zijn de offerte en de voorwaarden van je bank of geldverstrekker. Onafhankelijke informatie vind je onder meer bij het Nibud, de AFM en de Belastingdienst.
Veelgestelde vragen
Hoeveel pensioen heb ik nodig?
Een veelgebruikte richtlijn is ongeveer 70% van je laatste brutoloon, inclusief AOW, maar dat hangt sterk af van je woonlasten en levensstijl. Wie een afbetaald huis heeft, kan vaak met minder toe. Het Nibud helpt je je uitgaven na je pensioen in te schatten.
Wanneer krijg ik AOW?
De AOW-leeftijd is 67 jaar in 2026 en 2027. Daarna is hij gekoppeld aan de levensverwachting en kan hij verder stijgen. Je persoonlijke AOW-datum vind je bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
Hoe zie ik hoeveel pensioen ik al heb opgebouwd?
Op mijnpensioenoverzicht.nl zie je met DigiD je AOW en het pensioen dat je bij al je werkgevers hebt opgebouwd, met een schatting van je inkomen na je pensioen.
Wat is de 4%-regel?
Een vuistregel: neem in het eerste pensioenjaar 4% van je vermogen op en verhoog dat bedrag daarna met de inflatie. In historische Amerikaanse cijfers hield het vermogen het dan meestal minstens 30 jaar vol. Het is geen garantie.
Laatst bijgewerkt: 8 oktober 2026