Zo gebruik je de rekenhulp
- Wat weet je? Kies „Inkoop- en verkoopprijs” om de marge van een bestaand product te berekenen, of „Kosten en gewenste marge” om de juiste verkoopprijs te vinden.
- Kosten per stuk – inkoopprijs of productiekosten, inclusief verzending naar jou en verpakking. Reken als ondernemer exclusief btw, want de btw die je betaalt, trek je af als voorbelasting.
- Verkoopprijs of gewenste marge – ook exclusief btw.
Marge en opslag: het verschil
Marge en opslag halen veel mensen door elkaar, maar ze zijn niet hetzelfde:
- Brutomarge = (verkoopprijs − kosten) ÷ verkoopprijs × 100. Welk deel van de omzet blijft over als brutowinst.
- Opslag = (verkoopprijs − kosten) ÷ kosten × 100. Hoeveel procent je bovenop de kosten zet.
Koop je een product in voor € 40 en verkoop je het voor € 65 (exclusief btw), dan is je winst € 25. De marge is 25 ÷ 65 = 38,46%, de opslag 25 ÷ 40 = 62,5%. De opslag is altijd hoger dan de marge.
Verkoopprijs uit een gewenste marge
Verkoopprijs = kosten ÷ (1 − marge)
Wil je 35% marge op een product van € 40, dan wordt de prijs € 40 ÷ 0,65 = € 61,54. Een veelgemaakte fout is € 40 × 1,35 = € 54 rekenen: dat is 35% opslag, en levert maar 25,9% marge op.
| Gewenste marge | Verkoopprijs bij € 40 kosten | Bijbehorende opslag | Vermenigvuldigingsfactor |
|---|---|---|---|
| 20% | € 50,00 | 25% | × 1,25 |
| 25% | € 53,33 | 33,33% | × 1,33 |
| 30% | € 57,14 | 42,86% | × 1,43 |
| 40% | € 66,67 | 66,67% | × 1,67 |
| 50% | € 80,00 | 100% | × 2 |
| 60% | € 100,00 | 150% | × 2,5 |
Btw niet vergeten
Verkoop je aan consumenten, dan moet je prijs in Nederland inclusief btw zijn. Bij 21% btw wordt een verkoopprijs van € 61,54 exclusief btw € 74,46 inclusief btw. De btw is niet van jou: je draagt hem af aan de Belastingdienst. Met de btw-rekenhulp reken je snel tussen bedragen inclusief en exclusief btw. Val je onder de kleineondernemersregeling (KOR), dan reken je geen btw, maar kun je de btw op je inkoop ook niet terugvragen; die hoort dan bij je kosten.
Brutomarge is nog geen nettowinst
De brutomarge moet al je andere kosten betalen: huur, personeel, marketing, software, betaalkosten en verzendkosten die je niet doorberekent. Wat daarna overblijft, is je nettowinst, en daarover betaal je nog inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Een gezonde marge verschilt sterk per branche. Met de break-evenrekenhulp zie je hoeveel je moet verkopen om al je vaste kosten te dekken.
Let op: de uitkomsten zijn schattingen ter oriëntatie en geen financieel of fiscaal advies. Bindend zijn de offerte en de voorwaarden van je bank of geldverstrekker. Onafhankelijke informatie vind je onder meer bij het Nibud, de AFM en de Belastingdienst.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken ik de winstmarge?
Trek de kosten af van de verkoopprijs en deel door de verkoopprijs: (verkoopprijs − kosten) ÷ verkoopprijs × 100. Verkoop je voor € 50 wat € 30 kost, dan is de marge 20 ÷ 50 = 40%.
Wat is het verschil tussen marge en opslag?
Marge deel je door de verkoopprijs, opslag door de kosten. € 30 kosten en € 50 verkoopprijs geeft 40% marge maar 66,7% opslag. De opslag is altijd hoger dan de marge.
Reken ik marge inclusief of exclusief btw?
Exclusief btw. De btw die je ontvangt, draag je af aan de Belastingdienst, en de btw die je betaalt, trek je af. Alleen het bedrag exclusief btw is omzet voor je bedrijf.
Welke verkoopprijs hoort bij 50% marge?
Verdubbel je kosten: bij 50% marge is de verkoopprijs kosten ÷ 0,5. Een product van € 40 verkoop je dan voor € 80 exclusief btw. Dat is ook precies 100% opslag.
Laatst bijgewerkt: 8 oktober 2026