Welk cijfer moet ik halen? Bereken je benodigde cijfer

Vul je huidige gemiddelde in, hoe zwaar de volgende toets of het examen telt en op welk eindcijfer je uit wilt komen. Je ziet meteen welk cijfer je minimaal nodig hebt, en welk eindcijfer je haalt bij een 4 tot en met een 10.

Je gewogen gemiddelde tot nu toe, op een schaal van 1 tot 10.
Welk deel van het eindcijfer deze toets bepaalt, in procenten (zie de uitleg hieronder).
Een 5,5 is in Nederland een voldoende.
Benodigd cijfer8,4
Hoogst haalbare eindcijfer7,48
Eindcijfer als je een 1 haalt4,78

Benodigd cijfer = (7 − 6,4 × 0,7) ÷ 0,3 = 8,4. Haal minstens een 8,4 voor deze toets om op een 7 uit te komen.

Eindcijfer bij verschillende cijfers voor de toets
Cijfer voor de toetsEindcijfer
45,68
55,98
5,56,13
66,28
76,58
86,88
97,18
107,48

Berekend op je eigen apparaat · formules getoetst aan bekende uitkomsten · Zo testen we

Zo gebruik je de rekenhulp

  1. Huidig gemiddelde – je gewogen gemiddelde van alle cijfers tot nu toe, zoals het in Magister, Somtoday of je studievolgsysteem staat.
  2. Weging van de toets – welk deel van het eindcijfer de volgende toets bepaalt, in procenten. Hieronder lees je hoe je dat uitrekent als je school met wegingsfactoren werkt.
  3. Gewenst eindcijfer – bijvoorbeeld een 5,5 voor een voldoende of een 7 voor je eigen doel.

De formule

Je eindcijfer is een gewogen gemiddelde van wat je al hebt en wat je nog gaat halen:

Eindcijfer = huidig gemiddelde × (1 − w) + cijfer toets × w

Hierin is w de weging als kommagetal (25% = 0,25). Draai je de formule om, dan krijg je:

Benodigd cijfer = (gewenst eindcijfer − huidig gemiddelde × (1 − w)) ÷ w

Rekenvoorbeeld

Je staat een 6,4 gemiddeld, de volgende toets telt voor 25% mee en je wilt op een 7 uitkomen. Je huidige cijfers tellen samen voor 75%: 6,4 × 0,75 = 4,8 heb je al binnen. Tot 7 mis je nog 2,2, en de toets levert maximaal 10 × 0,25 = 2,5 op. Je hebt dus 2,2 ÷ 0,25 = een 8,8 nodig.

Cijfer voor de toetsEindcijfer
56,05
66,3
76,55
86,8
97,05
107,3

Wegingsfactoren omrekenen naar procenten

Veel middelbare scholen werken niet met procenten maar met wegingsfactoren: een so telt bijvoorbeeld 1 keer, een proefwerk 2 keer en een schoolexamentoets 3 keer. Tel dan alle wegingen bij elkaar op, inclusief de toets die nog komt, en deel de weging van die toets door het totaal. Heb je al cijfers met samen weging 7 en telt de volgende toets 3 keer, dan is de weging 3 ÷ (7 + 3) = 0,3, dus 30%. Je huidige gemiddelde is in dat geval het gewogen gemiddelde van die eerdere cijfers: elk cijfer keer zijn weging, opgeteld en gedeeld door de som van de wegingen.

Voorbeeld: schoolexamen en centraal examen

Op vmbo, havo en vwo is het eindcijfer van een examenvak meestal het gemiddelde van je schoolexamencijfer (SE) en je centraal-examencijfer (CE). Het CE telt dan voor 50%. Sta je voor een vak een 6,2 op je SE en wil je minstens een 6 als eindcijfer (daarvoor heb je 5,5 nodig, omdat het eindcijfer op een heel getal wordt afgerond), dan is het benodigde CE-cijfer (5,5 − 6,2 × 0,5) ÷ 0,5 = 4,8. Let wel: voor havo en vwo geldt daarnaast dat het gemiddelde van al je CE-cijfers minimaal 5,5 moet zijn, en er zijn regels voor hoeveel onvoldoendes je mag hebben. Die slaag-zakregels staan in het examenreglement en gaan altijd voor op een simpele berekening.

Als de uitkomst boven de 10 of onder de 1 ligt

Tips

Veelgestelde vragen

Welk cijfer moet ik halen voor een voldoende?

Vul als gewenst eindcijfer 5,5 in. De rekenhulp laat zien welk cijfer je voor de volgende toets minimaal nodig hebt om gemiddeld op een 5,5 uit te komen.

Hoe reken ik met wegingsfactoren in plaats van procenten?

Deel de weging van de nieuwe toets door de som van alle wegingen, inclusief die van de nieuwe toets. Tellen je eerdere cijfers samen 7 keer en de nieuwe toets 3 keer, dan is de weging 3 ÷ 10 = 30%.

Waarom kan het benodigde cijfer hoger zijn dan een 10?

Dan is je doel met deze toets alleen niet meer haalbaar. De rekenhulp toont in dat geval ook het hoogst haalbare eindcijfer, zodat je weet waar je wel op uit kunt komen.

Hoe bereken ik mijn gewogen gemiddelde?

Vermenigvuldig elk cijfer met zijn weging, tel de uitkomsten op en deel door de som van de wegingen. Een 6 (weging 1), een 7 (weging 2) en een 5 (weging 3) geven (6 + 14 + 15) ÷ 6 = 5,83.

Werkt dit ook voor mijn eindexamen?

Ja, als je eindcijfer het gemiddelde is van SE en CE: vul je SE-cijfer in en 50% als weging. Houd daarnaast rekening met de aanvullende slaag-zakregels, zoals het gemiddelde CE-cijfer van 5,5 op havo en vwo.

Zet deze rekenhulp op je eigen website

Gratis voor elke website en elk blog. Plak deze code op de plek waar de rekenhulp moet verschijnen:

Laatst bijgewerkt: 8 oktober 2026

Menu

Categorieën

Financiële rekenhulpen15 rekenhulpenRekenhulpen voor ondernemers en kopers6 rekenhulpenRekenhulpen voor gezondheid6 rekenhulpenRekenhulpen voor wiskunde en school6 rekenhulpenRekenhulpen voor datum en tijd5 rekenhulpenAftellen naar feestdagen8 rekenhulpenHandige rekenhulpen voor elke dag4 rekenhulpen

CalcWorthy

Over onsContactPrivacyGebruiksvoorwaarden

Taal

Taal
NederlandsDutchEnglishEnglishالعربيةArabicবাংলাBanglaDeutschGermanEspañolSpanishفارسیPersianFrançaisFrenchעבריתHebrewहिन्दीHindiBahasa IndonesiaIndonesianItalianoItalian日本語Japanese한국어KoreanBahasa MelayuMalayPolskiPolishPortuguêsPortugueseРусскийRussianไทยThaiTürkçeTurkishУкраїнськаUkrainianاردوUrduTiếng ViệtVietnamese简体中文Simplified Chinese