Cijfer berekenen: punten omrekenen naar een cijfer

Vul het totaal aantal punten van de toets in en het aantal foutpunten of behaalde punten. Je krijgt het cijfer op één decimaal, het percentage en of het een voldoende is – plus een cijfertabel met elke mogelijke score, handig als je een hele klas nakijkt.

Ik vul in
Halve punten mogen, bijv. 2,5.
Normering
Cijfer8,9
Percentage goed88%
Oordeelvoldoende
Punten22 / 25
Goed22
Fout3
Elk punt is waard4%

22 ÷ 25 × 100 = 88% goed: een 8,9.

Cijfertabel voor 25 punten
FoutGoedProcentCijfer
025100%10,0
12496%9,6
22392%9,3
32288%8,9
42184%8,6
52080%8,2
61976%7,8
71872%7,5
81768%7,1
91664%6,8
101560%6,4
111456%6,0
121352%5,7
131248%5,3
141144%5,0
151040%4,6
16936%4,2
17832%3,9
18728%3,5
19624%3,2
20520%2,8
21416%2,4
22312%2,1
2328%1,7
2414%1,4
2500%1,0

Berekend op je eigen apparaat · formules getoetst aan bekende uitkomsten · Zo testen we

Zo gebruik je de cijferberekenaar

  1. Totaal aantal punten – het maximale aantal punten van de toets. Tellen alle vragen even zwaar, dan kun je ook gewoon het aantal vragen invullen.
  2. Foutpunten of behaalde punten – wat het snelst te tellen is. Halve punten mogen.
  3. Normering – standaard (een 5,5 bij de helft van de punten) of met een cesuur van 60% (een 5,5 bij 60% van de punten).
  4. Afronden – vink dit aan als je eerst het percentage op hele procenten afrondt en daarna het cijfer bepaalt.

Onder de uitkomst staat de complete cijfertabel voor dit aantal punten: elk mogelijk aantal foutpunten met percentage en cijfer. Zo kijk je een hele klas na zonder steeds opnieuw te rekenen; met de printfunctie van je browser heb je hem op papier.

De formule

De bekendste manier om punten om te rekenen naar een cijfer is:

Cijfer = behaalde punten ÷ totaal aantal punten × 9 + 1

Wie niets goed heeft, krijgt een 1; wie alles goed heeft, een 10. Bij precies de helft van de punten kom je op een 5,5 – een voldoende. Het cijfer wordt meestal op één decimaal afgerond. Met een cesuur van 60% ligt de grens voor een 5,5 hoger: onder de cesuur loopt het cijfer gelijkmatig van 1 tot 5,5, erboven van 5,5 tot 10. Docenten kiezen een hogere cesuur bijvoorbeeld bij meerkeuzetoetsen, waar je ook met gokken punten haalt.

Rekenvoorbeeld

Een toets heeft 40 punten en een leerling heeft 7 foutpunten. Hij heeft dus 33 punten, oftewel 33 ÷ 40 = 82,5%. Met de standaardnormering is dat 0,825 × 9 + 1 = 8,425, afgerond een 8,4. Met een cesuur van 60% wordt het 5,5 + 4,5 × (82,5 − 60) ÷ 40 = 8,03, afgerond een 8,0.

Cijfertabel voor een toets van 40 punten

PuntenPercentageCijfer (standaard)Cijfer (cesuur 60%)
00%1,01,0
410%1,91,8
820%2,82,5
1230%3,73,3
1640%4,64,0
1845%5,14,4
2050%5,54,8
2255%6,05,1
2460%6,45,5
2665%6,96,1
2870%7,36,6
3075%7,87,2
3280%8,27,8
3485%8,78,3
3690%9,18,9
3895%9,69,4
40100%10,010,0

Hoeveel punten heb je nodig voor een voldoende?

Minimaal aantal punten (in halve punten) voor een afgeronde 5,5:

TotaalStandaardCesuur 60%
1056
201012
2512,515
301518
402024
502530
603036
10049,559,5

De normering bij het centraal examen

Bij de centrale examens van vmbo, havo en vwo werkt het College voor Toetsen en Examens (CvTE) met dezelfde basisformule, maar met een aanpasbare N-term: cijfer = 9 × behaalde score ÷ maximale score + N. De standaardwaarde is N = 1,0, precies de formule hierboven. Na het examen stelt het CvTE de N-term per examen vast, en die kan hoger of lager uitvallen als een examen moeilijker of makkelijker bleek dan bedoeld. Het cijfer blijft daarbij altijd tussen 1 en 10. Daardoor kunnen dezelfde punten bij twee examens een ander cijfer opleveren; de omrekentabellen staan na het examen op Examenblad.nl.

Tips voor docenten

Veelgestelde vragen

Hoe reken ik punten om naar een cijfer?

Deel je behaalde punten door het totaal, vermenigvuldig met 9 en tel er 1 bij op. 33 van de 40 punten geeft 33 ÷ 40 × 9 + 1 = 8,425, afgerond een 8,4.

Wat is een cesuur?

De cesuur is de grens tussen voldoende en onvoldoende: het percentage van de punten waarbij je precies een 5,5 haalt. Bij de standaardformule ligt die op 50%; veel docenten kiezen 55%, 60% of hoger, vooral bij meerkeuzevragen.

Waarom krijg je een 1 als je niets goed hebt?

Het Nederlandse cijfersysteem loopt van 1 tot 10, niet van 0 tot 10. Daarom staat er + 1 in de formule en vermenigvuldig je met 9 in plaats van 10.

Wat is de N-term?

De N-term is het getal dat het CvTE bij de centrale examens bij de formule optelt: cijfer = 9 × score ÷ maximum + N. Normaal is N = 1,0, maar bij een moeilijk examen kan hij hoger worden vastgesteld en bij een makkelijk examen lager.

Kan ik halve punten invullen?

Ja. Behaalde punten en foutpunten mogen halve punten bevatten, bijvoorbeeld 21,5. De cijfertabel onder de uitkomst toont hele foutpunten.

Zet deze rekenhulp op je eigen website

Gratis voor elke website en elk blog. Plak deze code op de plek waar de rekenhulp moet verschijnen:

Laatst bijgewerkt: 8 oktober 2026

Menu

Categorieën

Financiële rekenhulpen15 rekenhulpenRekenhulpen voor ondernemers en kopers6 rekenhulpenRekenhulpen voor gezondheid6 rekenhulpenRekenhulpen voor wiskunde en school6 rekenhulpenRekenhulpen voor datum en tijd5 rekenhulpenAftellen naar feestdagen8 rekenhulpenHandige rekenhulpen voor elke dag4 rekenhulpen

CalcWorthy

Over onsContactPrivacyGebruiksvoorwaarden

Taal

Taal
NederlandsDutchEnglishEnglishالعربيةArabicবাংলাBanglaDeutschGermanEspañolSpanishفارسیPersianFrançaisFrenchעבריתHebrewहिन्दीHindiBahasa IndonesiaIndonesianItalianoItalian日本語Japanese한국어KoreanBahasa MelayuMalayPolskiPolishPortuguêsPortugueseРусскийRussianไทยThaiTürkçeTurkishУкраїнськаUkrainianاردوUrduTiếng ViệtVietnamese简体中文Simplified Chinese