Wet van Ohm berekenen

Wet van Ohm berekenen: spanning, stroom, weerstand en vermogen

Vul twee van de vier grootheden in – spanning (U) in volt, stroom (I) in ampère, weerstand (R) in ohm of vermogen (P) in watt – en laat de andere twee leeg. De rekenhulp vindt de ontbrekende twee, laat zien welke formule hij gebruikt en zet alle twaalf formules van de cirkel van de wet van Ohm met jouw getallen onder elkaar.

Weerstand6 Ω
Vermogen24 W
Spanning12 V
Stroom2 A
Spanning in volt12
Stroom in ampère2
Weerstand in ohm6
Vermogen in watt24
Geleidbaarheid in siemens (1 ÷ R)0,1666667

R = U ÷ I = 12 V ÷ 2 A = 6 Ω
P = U × I = 12 V × 2 A = 24 W

De cirkel van de wet van Ohm: alle 12 formules
GrootheidFormulesJouw schakeling
Spanning (U)U = I × R = P ÷ I = √(P × R)12 V
Stroom (I)I = U ÷ R = P ÷ U = √(P ÷ R)2 A
Weerstand (R)R = U ÷ I = U² ÷ P = P ÷ I²6 Ω
Vermogen (P)P = U × I = I² × R = U² ÷ R24 W

Berekend op je eigen apparaat · formules getoetst aan bekende uitkomsten · Zo testen we

Zo gebruik je de wet van Ohm calculator

  1. Vul twee waarden in – spanning, stroom, weerstand of vermogen – en laat de andere twee velden leeg.
  2. Kies zo nodig een voorvoegsel naast elke waarde: millivolt, milliampère, kilo-ohm, megaohm, milliwatt of kilowatt. Een ledstroom van 20 mA typ je makkelijker als „20 mA” dan als „0,02 A”.
  3. Lees de twee ontbrekende waarden af. Ze staan bovenaan, gevolgd door de twee die je zelf invulde. De regel onder de uitkomst toont de formule met jouw getallen, en de tabel zet alle twaalf formules op een rij.

De uitkomsten zijn afgerond op vier significante cijfers en krijgen een passend voorvoegsel (µ, m, k, M). Daaronder staan de waarden in de basiseenheden volt, ampère, ohm en watt, plus de geleidbaarheid in siemens: gewoon 1 ÷ R.

De formule: U = I × R en P = U × I

Georg Simon Ohm beschreef het verband in 1827: de stroom door een geleider is evenredig met de spanning erover. De weerstand R is de evenredigheidsconstante. In Nederlandse en Vlaamse lesboeken schrijf je de spanning met de letter U:

Vul je de ene formule in de andere in, dan krijg je de rest: P = I² × R en P = U² ÷ R, U = √(P × R), I = √(P ÷ R), R = U² ÷ P en R = P ÷ I². Daarom zijn twee bekende grootheden altijd genoeg om de andere twee te vinden.

De driehoek en de cirkel. Veel leerlingen onthouden de wet van Ohm met de driehoek: U bovenaan, I en R onderaan. Dek de grootheid af die je zoekt; wat overblijft, laat zien hoe je rekent (U bedekt → I × R; I bedekt → U ÷ R). De cirkel of het wiel van de wet van Ohm gaat een stap verder: vier kwarten voor U, I, R en P, elk met de drie formules die die grootheid geven – twaalf formules in totaal. De tabel onder de uitkomst is precies die cirkel, ingevuld met jouw schakeling.

Rekenvoorbeelden

Een lampje van 12 V dat 2 A trekt. R = 12 V ÷ 2 A = 6 Ω en P = 12 V × 2 A = 24 W. Vul 12 en 2 in, laat weerstand en vermogen leeg, en je ziet 6 Ω en 24 W.

Een waterkoker van 2300 W op 230 V. I = P ÷ U = 2300 ÷ 230 = 10 A, en de weerstand van het warme verwarmingselement is R = U² ÷ P = 230² ÷ 2300 = 23 Ω. Een groep van 16 A kan dat aan, maar niet als er ook nog een kachel van 2000 W (8,7 A) op dezelfde groep draait. Voor motoren en andere apparaten met een arbeidsfactor gebruik je watt naar ampère omrekenen.

Voorschakelweerstand voor een led. Een voeding van 5 V, een rode led met ongeveer 2 V doorlaatspanning en een gewenste stroom van 20 mA laten 3 V over voor de weerstand: R = 3 V ÷ 20 mA = 150 Ω. De weerstand verbruikt P = 3 V × 20 mA = 60 mW, dus een gewone weerstand van ¼ W is ruim genoeg. Met de weerstand kleurcode calculator zie je welke ringen bij 150 Ω horen.

Bekende waarden op een rij

SchakelingSpanningStroomWeerstandVermogen
USB-lader voor een telefoon5 V2 A2,5 Ω10 W
Autolamp H4, dimlicht12 V4,6 A2,6 Ω55 W
Elektrische kachel230 V8,7 A26,5 Ω2000 W
Waterkoker230 V10 A23 Ω2300 W

De weerstand in de tabel is de weerstand tijdens gebruik. Koud is de weerstand van een gloeidraad of verwarmingselement lager; daarom trekt een gloeilamp bij het inschakelen even een hogere inschakelstroom.

Wanneer de wet van Ohm geldt – en wanneer niet

De wet van Ohm beschrijft lineaire (ohmse) geleiders: weerstanden, draden en verwarmingselementen bij een constante temperatuur. Diodes, leds, transistors en gasontladingslampen zijn niet ohms – hun stroom is niet evenredig met de spanning – dus pas je de wet toe op de weerstand die ermee in serie staat, zoals in het ledvoorbeeld. Bij wisselspanning geldt U = I × R voor zuiver ohmse belastingen; bij motoren, transformatoren en schakelende voedingen vervang je de weerstand door de impedantie Z en heb je voor het vermogen de arbeidsfactor nodig (P = U × I × cos φ).

Hoe lang een kabel mag zijn voordat de spanning merkbaar daalt, reken je uit met spanningsval berekenen; wat een apparaat per jaar kost, met stroomverbruik berekenen.

Let op: werk aan de vaste elektrische installatie (230 V en 400 V) laat je over aan een erkend installateur. De rekenhulp is bedoeld om te leren, te controleren en snel te rekenen; de installatie moet voldoen aan NEN 1010 in Nederland of het AREI in België.

Veelgestelde vragen

Wat is de wet van Ohm in eenvoudige woorden?

De stroom door een weerstand is de spanning erover gedeeld door de weerstand: I = U ÷ R. Verdubbel je de spanning, dan verdubbelt de stroom; verdubbel je de weerstand, dan halveert de stroom.

Hoe bereken ik het vermogen in watt?

Vermenigvuldig spanning en stroom: P = U × I. Een apparaat dat 2 A trekt op 12 V verbruikt 24 W. Ken je de weerstand, dan kan het ook met P = I² × R of P = U² ÷ R. Bij motoren op wisselspanning vermenigvuldig je nog met de arbeidsfactor cos φ.

Hoe bereken ik de stroom met de wet van Ohm?

Deel de spanning door de weerstand: I = U ÷ R. 12 V over 470 Ω geeft 12 ÷ 470 = 0,0255 A, ofwel 25,5 mA. Ken je het vermogen, dan is I = P ÷ U: 2300 W op 230 V is 10 A.

Hoe bereken ik de weerstand?

Deel de spanning door de stroom: R = U ÷ I. 9 V over een weerstand met 3 mA stroom geeft 9 ÷ 0,003 = 3000 Ω, ofwel 3 kΩ.

Hoe werkt de driehoek van de wet van Ohm?

Teken een driehoek met U bovenaan en I en R onderaan. Dek af wat je zoekt: bij U blijft I × R over, bij I blijft U ÷ R over en bij R blijft U ÷ I over.

Waarom moet ik precies twee waarden invullen?

Spanning, stroom, weerstand en vermogen hangen samen via twee vergelijkingen (U = I × R en P = U × I). Twee bekende waarden leggen de andere twee dus vast. Met drie waarden zouden de invoer elkaar kunnen tegenspreken.

Zet deze rekenhulp op je eigen website

Gratis voor elke website en elk blog. Plak deze code op de plek waar de rekenhulp moet verschijnen:

Laatst bijgewerkt: 19 oktober 2026

Menu

Categorieën

Financiële rekenhulpen16 rekenhulpenRekenhulpen voor ondernemers en kopers7 rekenhulpenRekenhulpen voor gezondheid10 rekenhulpenRekenhulpen voor wiskunde en school13 rekenhulpenRekenhulpen voor datum en tijd9 rekenhulpenAftellen naar feestdagen11 rekenhulpenHandige rekenhulpen voor elke dag22 rekenhulpenHulpmiddelen voor microfoon, camera en geluid6 rekenhulpenPDF-hulpmiddelen: samenvoegen, splitsen en omzetten naar JPG5 rekenhulpenRekenhulpen voor techniek7 rekenhulpen

CalcWorthy

Over onsContactPrivacyGebruiksvoorwaarden

Taal

Taal
NederlandsDutchEnglishEnglishالعربيةArabicবাংলাBanglaDeutschGermanEspañolSpanishفارسیPersianFrançaisFrenchעבריתHebrewहिन्दीHindiBahasa IndonesiaIndonesianItalianoItalian日本語Japanese한국어KoreanBahasa MelayuMalayPolskiPolishPortuguêsPortugueseРусскийRussianไทยThaiTürkçeTurkishУкраїнськаUkrainianاردوUrduTiếng ViệtVietnamese简体中文Simplified Chinese