Molariteit berekenen

Molariteit berekenen: concentratie, massa, volume en molaire massa

Kies wat je wilt berekenen, typ de molecuulformule (of de molaire massa) en de twee waarden die je kent. De calculator bepaalt de molaire massa met de standaardatoommassa’s van IUPAC, het aantal mol en de ontbrekende massa, het volume of de concentratie – met de berekening erbij.

Let op hoofdletters: Co is kobalt, CO is koolstofmono-oxide. Hydraten: CuSO4·5H2O (een punt of * werkt ook).
Laat leeg om de formule te gebruiken. Vul zelf een waarde in voor een eiwit, polymeer of mengsel.
Massa-eenheid
Het eindvolume van de oplossing, niet het volume water dat je toevoegt.
Volume-eenheid
Concentratie-eenheid
Molariteit (mol/L)1
Chemische hoeveelheid (mol)0,5
Molaire massa (g/mol)58,44
Massa opgeloste stof (g)29,22
Volume oplossing (mL)500
Molariteit (mmol/L)1.000
Massaconcentratie (g/L)58,44

Aantal mol n = m ÷ M = 29,22 g ÷ 58,44 g/mol = 0,5 mol; molariteit c = n ÷ V = 0,5 mol ÷ 0,5 L = 1 mol/L.

Molaire massa per element
ElementAtomenAtoommassag/molMassa-%
Na122,9897722,9939,34%
Cl135,4535,4560,66%

Berekend op je eigen apparaat · formules getoetst aan bekende uitkomsten · Zo testen we

Zo gebruik je de calculator

Kies eerst wat je zoekt. Voor de molariteit vul je de afgewogen massa en het eindvolume van de oplossing in. Af te wegen massa geeft aan hoeveel gram je nodig hebt voor een gewenste concentratie en volume – de taak die je in het practicumlokaal en het lab het vaakst tegenkomt. Volume vertelt tot hoeveel je een bepaalde massa moet aanvullen, en molaire massa uit een meting rekent terug vanuit een oplossing met bekende concentratie. De laatste keuze, molariteit uit massa-% en dichtheid, zet de gegevens op een fles geconcentreerd zuur of ammonia om in mol per liter.

Typ de formule van de opgeloste stof; de calculator bepaalt zelf de molaire massa. Haakjes werken (Ca(OH)2, Al2(SO4)3, [Cu(NH3)4]SO4), net als hydraten met een punt (CuSO4·5H2O, MgSO4·7H2O – een gewone punt of een sterretje mag ook) en subscriptcijfers die je uit een document plakt (H₂SO₄). Hoofdletters doen ertoe: Co is kobalt, CO is koolstofmono-oxide. Voor een eiwit, een polymeer of een reagens dat als mengsel wordt verkocht, vul je de molaire massa van het etiket of certificaat in het optionele veld in.

De formules

De molariteit is de chemische hoeveelheid opgeloste stof per liter oplossing: c = n ÷ V, in mol/L (in BINAS mol L⁻¹, vaak afgekort tot M; de concentratie van stof X schrijf je ook als [X]). Het aantal mol volgt uit de massa: n = m ÷ M, met M de molaire massa in g/mol – niet te verwarren met de eenheid M voor mol/L. Samen geven ze m = c × V × M – de massa die je afweegt – en alle andere varianten die de calculator gebruikt. V is het volume van de kant-en-klare oplossing, niet het volume water waarmee je begint: een opgeloste vaste stof verandert het volume, en daarom vul je een oplossing in een maatkolf aan tot de streep.

Voor een geconcentreerd reagens weegt één liter 1000 × ρ gram, en daarvan is het massapercentage w opgeloste stof. Zo krijg je c = w × 10 × ρ ÷ M (w in %, ρ in g/mL) – de berekening ‘molariteit met dichtheid’. Zoutzuur van 37% met een dichtheid van 1,19 g/mL is 37 × 10 × 1,19 ÷ 36,458 ≈ 12,08 mol/L.

Rekenvoorbeelden

Molariteit en pH

Bij een sterk zuur dat volledig ioniseert, zoals zoutzuur, is de concentratie H3O+ gelijk aan de molariteit van het zuur. Dan geldt pH = −log [H3O+]: 0,010 M HCl heeft pH 2, en omgekeerd hoort bij pH 3 een molariteit van 10−3 = 0,0010 mol/L. Bij zwavelzuur (twee H+ per molecuul) en bij zwakke zuren zoals azijnzuur klopt die eenvoudige regel niet; daar heb je de zuurconstante Kz nodig.

Molaire massa, molecuulmassa en eenheden

De molaire massa in g/mol is getalsmatig gelijk aan de molecuulmassa (of formulemassa) in u die op etiketten staat. Een mmol/L (mM) is een duizendste mol/L en een µmol/L (µM) een miljoenste; g/L is gelijk aan mg/mL. De tabel onder het resultaat splitst de molaire massa per element, met het massapercentage van elk element – handig om een formule te controleren of een massasamenstelling uit te rekenen.

Gebruikte atoommassa’s

De calculator gebruikt de standaardatoommassa’s van de IUPAC-commissie voor isotopenabundanties en atoommassa’s (CIAAW, Atomic Weights 2021, met de herzieningen van 2024 voor gadolinium, lutetium en zirkonium). Elementen waarvan de atoommassa in de natuur varieert, zoals waterstof, koolstof, zuurstof en chloor, krijgen de conventionele waarden van IUPAC. Elementen tussen vierkante haken hebben geen standaardatoommassa; daarvoor geldt het massagetal van de langstlevende isotoop, zoals in het periodiek systeem. Kleine verschillen met BINAS komen doordat BINAS soms meer of minder decimalen geeft.

ZSymboolAtoommassaZSymboolAtoommassa
1H1,00847Ag107,8682
2He4,00260248Cd112,414
3Li6,9449In114,818
4Be9,012183150Sn118,71
5B10,8151Sb121,76
6C12,01152Te127,6
7N14,00753I126,90447
8O15,99954Xe131,293
9F18,99840316255Cs132,90545196
10Ne20,179756Ba137,327
11Na22,9897692857La138,90547
12Mg24,30558Ce140,116
13Al26,981538459Pr140,90766
14Si28,08560Nd144,242
15P30,97376199861Pm[145]
16S32,0662Sm150,36
17Cl35,4563Eu151,964
18Ar39,9564Gd157,249
19K39,098365Tb158,925354
20Ca40,07866Dy162,5
21Sc44,95590767Ho164,930329
22Ti47,86768Er167,259
23V50,941569Tm168,934219
24Cr51,996170Yb173,045
25Mn54,93804371Lu174,96669
26Fe55,84572Hf178,486
27Co58,93319473Ta180,94788
28Ni58,693474W183,84
29Cu63,54675Re186,207
30Zn65,3876Os190,23
31Ga69,72377Ir192,217
32Ge72,6378Pt195,084
33As74,92159579Au196,96657
34Se78,97180Hg200,592
35Br79,90481Tl204,38
36Kr83,79882Pb207,2
37Rb85,467883Bi208,9804
38Sr87,6284Po[209]
39Y88,90583885At[210]
40Zr91,22286Rn[222]
41Nb92,9063787Fr[223]
42Mo95,9588Ra[226]
43Tc[97]89Ac[227]
44Ru101,0790Th232,0377
45Rh102,9054991Pa231,03588
46Pd106,4292U238,02891

Tips voor nauwkeurige oplossingen

Veelgestelde vragen

Hoe bereken je de molariteit?

Deel het aantal mol opgeloste stof door het volume van de oplossing in liter: c = n ÷ V. Ken je de massa, bereken dan eerst het aantal mol met n = m ÷ M, met de molaire massa uit de formule.

Hoeveel gram heb ik nodig voor een 1 M oplossing?

Voor één liter weeg je de molaire massa in grammen af: 58,44 g NaCl of 40,00 g NaOH, oplossen en aanvullen tot 1 L. Voor andere volumes en concentraties gebruik je m = c × V × M.

Hoe vul ik een hydraat als CuSO4·5H2O in?

Typ de punt (·), een gewone punt of een sterretje tussen het zout en het water: CuSO4·5H2O, CuSO4.5H2O en CuSO4*5H2O geven alle drie 249,68 g/mol.

Wat is het verschil tussen molariteit en molaliteit?

Molariteit is mol per liter oplossing, molaliteit mol per kilogram oplosmiddel. Voor verdunde oplossingen in water bij kamertemperatuur liggen ze dicht bij elkaar.

Hoe bereken je de molariteit met dichtheid en massapercentage?

Kies ‘Molariteit uit massa-% en dichtheid’: c = w × 10 × ρ ÷ M. Voor zwavelzuur van 96% met een dichtheid van 1,84 g/mL is dat ongeveer 18 mol/L.

Zet deze rekenhulp op je eigen website

Gratis voor elke website en elk blog. Plak deze code op de plek waar de rekenhulp moet verschijnen:

Laatst bijgewerkt: 19 oktober 2026

Menu

Categorieën

Financiële rekenhulpen16 rekenhulpenRekenhulpen voor ondernemers en kopers7 rekenhulpenRekenhulpen voor gezondheid10 rekenhulpenRekenhulpen voor wiskunde en school13 rekenhulpenRekenhulpen voor datum en tijd9 rekenhulpenAftellen naar feestdagen11 rekenhulpenHandige rekenhulpen voor elke dag22 rekenhulpenHulpmiddelen voor microfoon, camera en geluid6 rekenhulpenPDF-hulpmiddelen: samenvoegen, splitsen en omzetten naar JPG5 rekenhulpenRekenhulpen voor techniek7 rekenhulpen

CalcWorthy

Over onsContactPrivacyGebruiksvoorwaarden

Taal

Taal
NederlandsDutchEnglishEnglishالعربيةArabicবাংলাBanglaDeutschGermanEspañolSpanishفارسیPersianFrançaisFrenchעבריתHebrewहिन्दीHindiBahasa IndonesiaIndonesianItalianoItalian日本語Japanese한국어KoreanBahasa MelayuMalayPolskiPolishPortuguêsPortugueseРусскийRussianไทยThaiTürkçeTurkishУкраїнськаUkrainianاردوUrduTiếng ViệtVietnamese简体中文Simplified Chinese