Zo bereken je het gemiddelde
Tel alle getallen op en deel de som door het aantal getallen. Dat is het gemiddelde (officieel: het rekenkundig gemiddelde). Voor de cijfers 6,5 – 7,2 – 5,8 – 8 – 7,5 is dat (6,5 + 7,2 + 5,8 + 8 + 7,5) ÷ 5 = 35 ÷ 5 = 7,0. Dat voorbeeld staat al ingevuld.
- Typ of plak je getallen in het vak, gescheiden door spaties, enters of puntkomma's.
- Kommagetallen typ je met een komma of een punt: 6,5 en 6.5 zijn allebei zes en een half. Zet dan wel een spatie of puntkomma tussen de getallen, want een komma direct tussen twee cijfers is een decimaalteken. Een kolom uit Excel of je cijferoverzicht kun je zo plakken.
- Lees het gemiddelde, de mediaan en de modus af. De uitleg onder de uitkomst laat de som zien.
Gemiddeld cijfer berekenen
Op de middelbare school krijg je cijfers van 1 tot 10, en een 5,5 is een voldoende. Tellen al je toetsen even zwaar mee, dan is je gemiddelde cijfer gewoon de som van je cijfers gedeeld door het aantal. Let wel op afronding: rapport- en eindcijfers worden vaak op één decimaal of op een heel getal afgerond. Een 5,45 wordt op één decimaal een 5,5, maar op een heel getal een 5. Wat bij jou geldt, staat in het PTA of het examenreglement van je school.
In België worden punten vaak op 10, 20 of 100 gegeven. Reken dan eerst alles om naar dezelfde schaal, bijvoorbeeld procenten (14/20 = 70%), voordat je het gemiddelde neemt.
Gewogen gemiddelde: als toetsen verschillend meetellen
Meestal tellen toetsen niet allemaal even zwaar. Een so telt bijvoorbeeld één keer, een proefwerk twee keer en een SE-toets in de toetsweek drie keer. Dan heb je een gewogen gemiddelde nodig:
Gewogen gemiddelde = (cijfer × weging + cijfer × weging + …) ÷ (som van de wegingen)
| Toets | Cijfer | Weging | Cijfer × weging |
|---|---|---|---|
| So hoofdstuk 1 | 6,8 | 1 | 6,8 |
| Proefwerk | 5,4 | 2 | 10,8 |
| Praktische opdracht | 7,5 | 1 | 7,5 |
| SE-toets (toetsweek) | 6,1 | 3 | 18,3 |
| Totaal | 7 | 43,4 |
Het gewogen gemiddelde is 43,4 ÷ 7 = 6,2. Zonder weging zou je op 6,45 uitkomen: het zware SE-cijfer trekt het gemiddelde dus omlaag.
Trucje: weging met deze rekenhulp
Deze rekenhulp heeft geen apart vak voor de weging, maar met hele wegingsfactoren gaat het zo: typ elk cijfer zo vaak als het meetelt. Voor het voorbeeld hierboven typ je 6.8 5.4 5.4 7.5 6.1 6.1 6.1 en krijg je precies 6,2. Werkt je school met percentages, zoals 20%, 30% en 50%, deel ze dan door hetzelfde getal tot je hele getallen hebt: 2, 3 en 5 keer. De mediaan en modus zeggen dan niet zoveel meer, maar het gemiddelde klopt.
Wil je weten welk cijfer je nog moet halen om op een bepaald gemiddelde uit te komen? Gebruik welk cijfer moet ik halen. Een cijfer uit je behaalde punten reken je uit met cijfer berekenen.
Mediaan, modus en spreidingsbreedte
- Mediaan – zet de getallen op volgorde en neem het middelste. Bij een even aantal neem je het gemiddelde van de twee middelste. Uitschieters hebben er nauwelijks invloed op.
- Modus – de waarde die het vaakst voorkomt. Er kunnen er meerdere zijn, of geen als elke waarde maar één keer voorkomt.
- Spreidingsbreedte – de hoogste min de laagste waarde, een snelle maat voor de spreiding.
- Meetkundig gemiddelde – verschijnt als alle getallen positief zijn, en is het juiste gemiddelde voor groeipercentages: +10% en −10% geven samen √(1,1 × 0,9) ≈ 0,995, dus een klein verlies en geen 0%.
Voorbeeld met 2, 4, 4, 4, 5, 5, 7, 9: de som is 40, dus het gemiddelde is 40 ÷ 8 = 5. De vierde en vijfde waarde zijn 4 en 5, dus de mediaan is 4,5. De 4 komt drie keer voor en is de modus. De spreidingsbreedte is 9 − 2 = 7.
Welk gemiddelde gebruik je?
Het gewone gemiddelde past bij getallen die redelijk gelijkmatig verdeeld zijn, zoals toetscijfers of temperaturen. De mediaan is beter als er uitschieters zijn. Verdienen vijf mensen € 2.400, € 2.600, € 2.800, € 3.000 en € 12.000 per maand, dan is het gemiddelde € 4.560 – wat niemand verdient. De mediaan van € 2.800 geeft een veel eerlijker beeld; daarom worden inkomens en huizenprijzen vaak als mediaan genoemd. De modus gebruik je bij herhaalde waarden, zoals de schoenmaat die een winkel het vaakst verkoopt.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken ik mijn gemiddelde cijfer?
Tel al je cijfers op en deel door het aantal cijfers. Een 6, een 7 en een 8 geven (6 + 7 + 8) ÷ 3 = 7. Tellen toetsen verschillend mee, gebruik dan het gewogen gemiddelde.
Hoe bereken ik een gemiddelde met weging?
Vermenigvuldig elk cijfer met zijn weging, tel alles op en deel door de som van de wegingen. Een 6 (weging 1), een 7 (weging 2) en een 5 (weging 3) geven (6 + 14 + 15) ÷ 6 = 5,83. Met deze rekenhulp typ je dan 6 7 7 5 5 5.
Hoe typ ik cijfers met een komma, zoals 6,5?
Gewoon zoals je ze schrijft: 6,5 7,2 5,8. Een komma tussen twee cijfers is een decimaalteken; scheid de cijfers zelf met een spatie, een enter of een puntkomma. Kijk bij Aantal of het aantal getallen klopt.
Wat is het verschil tussen gemiddelde en mediaan?
Het gemiddelde is de som gedeeld door het aantal; de mediaan is de middelste waarde van de gesorteerde rij. Eén uitschieter verschuift het gemiddelde flink, maar de mediaan nauwelijks.
Is een gemiddelde van 5,5 een voldoende?
Meestal wel: in Nederland is een 5,5 de grens voor een voldoende. Of een 5,45 naar 5,5 wordt afgerond, hangt af van de regels van je school, die in het PTA of examenreglement staan.
Laatst bijgewerkt: 14 oktober 2026